ECLI:NL:RBUTR:2007:BB1874
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verrekeningsverklaring wegens bevoordeling schuldeiser boven anderen
De curator in het faillissement van een voormalig ondernemer vordert vernietiging van een verrekeningsverklaring die op 3 februari 2003 door de failliet aan de advocaat van de failliet is afgegeven. Deze verklaring betrof de verrekening van declaraties met de koopsom van het recht tot exploitatie van een café. De rechtbank stelt vast dat de failliet aanzienlijke schulden had bij de Belastingdienst en het UWV en dat de koopsom van EUR 55.000,- op de kantoorrekening van de advocaat is gestort in plaats van een derdenrekening.
In het faillissementsverhoor verklaart de failliet bewust te hebben gekozen voor verrekening met de advocaat, ondanks de aanwezigheid van andere schuldeisers, uit waardering voor diens steun. De advocaat erkent dat hij druk heeft uitgeoefend om betaling te verkrijgen, maar ontkent het oogmerk van bevoordeling. De rechtbank oordeelt dat zowel de failliet als de advocaat zich bewust waren van de benadeling van andere schuldeisers en dat de verrekening daarom vernietigbaar is op grond van de Faillissementswet artikelen 42 en 47.
De rechtbank wijst de primaire vordering toe, veroordeelt de advocaat tot terugbetaling van EUR 55.000,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 februari 2003, en veroordeelt hem in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is gewezen door mr. P.W.M. de Wolf en op 15 augustus 2007 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De verrekeningsverklaring van 3 februari 2003 wordt vernietigd en de advocaat veroordeeld tot terugbetaling van EUR 55.000 met rente.