ECLI:NL:RBUTR:2007:BB3261
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging uithuisplaatsing en geschil over plaatsing minderjarige kinderen
De vader en oma van twee minderjarige kinderen hebben de rechtbank verzocht de uithuisplaatsing van de kinderen te beëindigen en hen terug te plaatsen bij de oma. De kinderen zijn sinds november 2005 geplaatst in een medisch kinderhuis en later in een gezinsvervangend tehuis, op advies van psychologisch onderzoek vanwege ernstige hechtingsstoornissen en traumatische ervaringen.
De rechtbank oordeelt dat de verzoeken niet ontvankelijk zijn omdat de kinderen niet onder toezicht zijn gesteld en de voogd zelfstandig de verblijfplaats kan bepalen zonder toestemming van de rechter. Uit de rapporten blijkt dat terugplaatsing bij de oma niet in het belang van de kinderen is vanwege hun complexe problematiek en de ongeschiktheid van de oma om de benodigde zorg te bieden.
De rechtbank benadrukt dat de kinderen continue gespecialiseerde begeleiding behoeven en dat het in hun belang is dat zij in een veilige, passende gezinswoonvorm worden geplaatst. De rol van de oma wordt beperkt tot die van betrokken grootmoeder, waarbij zij de kinderen regelmatig kan zien. De verzoeken worden daarom afgewezen.
Uitkomst: De verzoeken tot beëindiging van de uithuisplaatsing en terugplaatsing bij de oma worden niet ontvankelijk verklaard en afgewezen.