ECLI:NL:RBUTR:2007:BB3273
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.F. Bueno
- J.M. Bruins
- D.A.C. Koster
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging terbeschikkingstelling en overgang naar voorlopige rechterlijke machtiging
De rechtbank Utrecht behandelde op 3 september 2007 de vordering van het Openbaar Ministerie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) van een terbeschikkinggestelde die sinds 1991 onder dwangverpleging stond. De terbeschikkingstelling was reeds meerdere malen verlengd, laatstelijk in 2006 voor één jaar.
Deskundigen adviseerden om de TBS niet te verlengen maar over te gaan op een voorlopige rechterlijke machtiging (RM) conform de Wet BOPZ, omdat het functioneren van betrokkene stabieler kon worden gehouden binnen dit juridische kader. Betrokkene verbleef sinds december 2005 in een resocialisatiewoning onder proefverlof TBS, maar zelfstandig wonen zonder extern toezicht werd als te risicovol beoordeeld.
De rechtbank nam kennis van een door de rechtbank ’s-Hertogenbosch afgegeven voorlopige RM die ingaat na het einde van de TBS-maatregel. Dit kader biedt voldoende waarborgen voor begeleiding en beveiliging, met behoud van een dwangstructuur om gevaar voor de samenleving te voorkomen. De rechtbank concludeerde dat verlenging van de TBS niet langer noodzakelijk is en wees de vordering van het Openbaar Ministerie af.
De uitspraak bevestigt dat een voorlopige RM een adequaat juridisch kader kan vormen voor de voortzetting van zorg en toezicht na afloop van een TBS-maatregel, mits dit aansluit bij het resocialisatietraject en de veiligheid van de samenleving gewaarborgd blijft.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling af en acht een voorlopige rechterlijke machtiging conform de Wet BOPZ voldoende.