ECLI:NL:RBUTR:2007:BB3563
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- M. van Delft-Baas
- Rechtspraak.nl
Onterechte schorsing directeur FC Utrecht en herstel in functie bevolen
Van Dop trad in 2005 aan als algemeen directeur van FC Utrecht. In september 2007 werd hij door de raad van commissarissen met onmiddellijke ingang geschorst vanwege vermeend financieel wanbeleid, gebrek aan visie en slechte communicatie. De schorsing vond plaats zonder dat Van Dop vooraf de gelegenheid kreeg zich te verdedigen, wat in strijd is met de redelijkheid en billijkheid en de arbeidsovereenkomst.
De rechtbank stelt vast dat de raad van commissarissen al in april 2007 ontevreden was over Van Dop, maar toen koos voor een traject van geleidelijke beëindiging, dat werd stopgezet vanwege onderhandelingen met een sponsor. Na het mislukken van deze onderhandelingen werd Van Dop plotseling geschorst zonder voldoende zwaarwegende redenen. Zijn meerjarenplan en maandelijkse financiële rapportages werden onvoldoende betrokken bij de beoordeling.
De communicatieproblemen en vermeende negatieve media-aandacht zijn niet voldoende om een onmiddellijke schorsing te rechtvaardigen. De rechtbank concludeert dat de schorsing onterecht is en beveelt FC Utrecht om Van Dop binnen 12 uur toe te laten tot zijn functie en de benoeming van een interim-bestuurder in te trekken. FC Utrecht wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De schorsing van Van Dop is onterecht en FC Utrecht moet hem binnen 12 uur toelaten tot zijn werkzaamheden en de interim-bestuurder benoeming intrekken.