ECLI:NL:RBUTR:2007:BB4759
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing gezagswijziging en omgangsregeling na scheiding ouders
Partijen zijn gescheiden ouders van een kind geboren in 2003. De vader is bij beschikking van de rechtbank alleen met het gezag over het kind belast, nadat eerdere pogingen tot omgangsregeling waren mislukt. De moeder heeft tegen deze gezagswijziging hoger beroep ingesteld en vordert schorsing van de beschikking en afgifte van het kind.
De moeder weigert contact tussen het kind en de vader toe te staan wanneer het kind bij haar verblijft en weigert contact met het kind zolang het bij de vader is. De vader stelt dat het in het belang van het kind is dat zij bij de moeder verblijft met omgangsregeling, en anders bij hem kan verblijven. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukt het belang van contact met beide ouders en waarschuwt voor de schadelijke patstelling.
De voorzieningenrechter overweegt dat schorsing van de tenuitvoerlegging slechts mogelijk is bij duidelijke juridische of feitelijke misslagen, die niet zijn gesteld. De verblijfplaats van het kind dient stabiel te zijn en contact met beide ouders mogelijk. Daarom wijst de rechtbank de vorderingen van de moeder af en compenseert de proceskosten tussen partijen.
Uitkomst: Verzoek moeder tot schorsing gezagswijziging en afgifte kind wordt afgewezen wegens belang van stabiele verblijfplaats en contact met beide ouders.