ECLI:NL:RBUTR:2007:BB5695
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor heling van door woninginbraak verkregen goederen
De rechtbank Utrecht heeft op 12 oktober 2007 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, geboren in 1980, die werd verdacht van meerdere woninginbraken en heling van gestolen goederen. De tenlastelegging betrof onder meer het wegnemen en in bezit hebben van sieraden, elektronica en andere waardevolle goederen, afkomstig van verschillende inbraken in de periode van augustus 2006 tot juli 2007.
De rechtbank achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de woninginbraken zelf had gepleegd en sprak hem daarvan vrij. Wel werd vastgesteld dat verdachte de gestolen goederen in bezit had en wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze van diefstal afkomstig waren. Dit betrof onder meer sieraden, een digitale fotocamera, een Zwitsers zakmes en andere waardevolle voorwerpen.
Verdachte verklaarde de goederen van een vriend te hebben gekregen, maar de rechtbank concludeerde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het om gestolen goederen ging. Gelet op de ernst van de feiten, de emotionele waarde van de goederen voor de benadeelden en het eerdere strafblad van verdachte, werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 20 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest.
Daarnaast werd de bewaring van diverse inbeslaggenomen goederen gelast ten behoeve van de rechthebbenden, en werden enkele goederen aan verdachte en een andere rechthebbende teruggegeven. De dagvaarding werd nietig verklaard voor een deel van de tenlastelegging (feit 6).
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 20 maanden gevangenisstraf voor heling van door diefstal verkregen goederen.