ECLI:NL:RBUTR:2007:BB6023
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onvoldoende motivering
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €1.290.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2003. Verweerder hield bij de waardering onvoldoende rekening met bouwkundige gebreken en beperkingen uit het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelt dat de uitspraak op bezwaar niet deugdelijk is gemotiveerd en vernietigt deze.
De rechtbank stelt vervolgens zelf de waarde van het object vast op €1.180.000,-, waarbij rekening wordt gehouden met een inhoud van 1.510 m³, een m³-prijs van €330,- en een waardedrukkende invloed van €90.000,- vanwege bouwkundige gebreken en het ontbreken van een badkamer. Het taxatierapport van eiser wordt onvoldoende onderbouwd geacht.
Ten aanzien van proceskosten oordeelt de rechtbank dat eiser geen vergoeding krijgt voor de kosten van het taxatierapport omdat hier niet expliciet om is verzocht. Wel wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. den Otter op 24 september 2007.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar en stelt de WOZ-waarde van de woning vast op €1.180.000,-.