ECLI:NL:RBUTR:2007:BB8278
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot beëindiging en terugbetaling partneralimentatie buiten huwelijk
De man verzocht de rechtbank om te bepalen dat de vrouw een overzicht van haar inkomsten uit arbeid verstrekt en dat de onderhoudsverplichting per 29 december 2004 of per 5 februari 2007 is geëindigd, dan wel dat de alimentatiebetalingen worden verlaagd of terugbetaald. De vrouw verzette zich hiertegen en stelde dat partijen niet gehuwd waren en de alimentatie gebaseerd was op een overeenkomst volgens boek 6 BW, waarbij de verplichting pas eindigt wanneer haar inkomsten gelijk zijn aan de alimentatie.
De rechtbank oordeelde dat de man ontvankelijk is in zijn verzoek en dat de alimentatie overeenkomst inderdaad een inspanningsverplichting van de vrouw inhoudt om haar inkomsten te verhogen, maar geen resultaatsverbintenis. De vrouw was gedeeltelijk arbeidsongeschikt en haar inkomen was nauwelijks gestegen. De rechtbank stelde vast dat de onderhoudsverplichting voor de duur van 12 jaar is aangegaan en dat de man voldoende draagkracht heeft om de overeengekomen alimentatie van € 1.700 per maand te betalen.
De rechtbank verwierp de stelling dat de man onverschuldigd heeft betaald en dat de alimentatieplicht is geëindigd. Ook de bewering dat de korte samenwoning de verplichting zou beëindigen werd ongegrond verklaard. De vrouw moet inzage geven in haar inkomsten vanaf oktober 2006; eventuele meerinkomsten boven € 500 netto per maand dienen aan de man te worden terugbetaald.
De rechtbank bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt en wees het verzoek van de man af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot beëindiging en terugbetaling van partneralimentatie af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.