ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0848
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen van handel en uitvoer van hennep in strijd met Opiumwet
De rechtbank Utrecht heeft op 21 december 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro A van de Opiumwet. Verdachte zou op of omstreeks 24 augustus 2007 ongeveer 9670 gram hennep buiten het grondgebied van Nederland hebben gebracht en/of in bezit hebben gehad met het voornemen deze naar Duitsland te vervoeren.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekennende verklaring van verdachte, verklaringen van medeverdachte en het aantreffen van de hennep in een voertuig. Ondanks het gedoogbeleid ten aanzien van hennep benadrukte de rechtbank dat handel en uitvoer van dergelijke hoeveelheden niet worden gedoogd en strafbaar zijn, mede vanwege de maatschappelijke en internationale gevolgen.
Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 183 dagen, waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Tevens werd het in beslag genomen geldbedrag van € 2.600,- aan verdachte teruggegeven. De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking was geweest voor soortgelijke delicten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 183 dagen gevangenisstraf waarvan 100 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.