ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0866
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor handel en bezit van cocaïne met verbeurdverklaring en tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf
De rechtbank Utrecht heeft op 18 december 2007 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van handel en bezit van cocaïne in de periode van juli 2004 tot juli 2007. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte gedurende ruim een jaar cocaïne heeft verhandeld en op 13 juli 2007 ongeveer 43 gram cocaïne bij zich had.
De verdediging voerde meerdere verweren, waaronder dat de politie ontoelaatbare druk had uitgeoefend op getuigen en dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van onherstelbaar vormverzuim bij enkele getuigen door politie-invloed, maar dat dit de verdediging niet had geschaad omdat de verklaringen bij de rechter-commissaris zonder druk waren afgelegd en bevestigd. Andere verweren werden verworpen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 24 maanden op, lager dan de door het OM gevorderde 30 maanden, vanwege een kortere bewezen pleegperiode van ruim een jaar en recidive. Daarnaast werd geld, een auto en andere goederen verbeurd verklaard en onttrokken aan het verkeer. Ook werd de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 40 dagen gelast wegens overtreding van de proeftijd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf met verbeurdverklaring van geld en auto en tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf.