ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0868
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid en zorgplicht bij aandelenlease en doorlopend kredietovereenkomsten
De zaak betreft een consument die meerdere doorlopende kredietovereenkomsten en een aandelenlease-overeenkomst sloot bij DSB Bank en Ribank. Zij vordert nietigheid van de kredietovereenkomsten en overlijdensrisicoverzekeringen wegens strijd met de Wet op het Consumentenkrediet, en stelt dat DSB onrechtmatig heeft gehandeld door onvoldoende zorg te betrachten.
De rechtbank oordeelt dat de doorlopende kredietovereenkomsten en overlijdensrisicoverzekeringen niet nietig zijn omdat er geen sprake is van een verplichte aansluiting bij een andere overeenkomst zonder vrije keuze. Ook is geen onrechtmatig handelen vastgesteld bij het adviseren van doorlopend krediet in plaats van aflossend krediet. Wel is vastgesteld dat DSB haar bijzondere zorgplicht schond bij het aanbieden van de aandelenlease-overeenkomst door onvoldoende te informeren over de risico's en onvoldoende informatie in te winnen over de financiële positie en beleggingservaring van de consument.
De schending van deze zorgplicht kwalificeert als een onrechtmatige daad. De rechtbank stelt vast dat de consument schade heeft geleden doordat zij de overeenkomst niet zou hebben gesloten indien zij adequaat was geïnformeerd. De schadevergoeding wordt vastgesteld op 80% van de geleden schade, waarbij de consument 20% eigen schuld draagt. De vorderingen tegen Ribank worden afgewezen. De procedure wordt voortgezet voor nadere vaststelling van schade en restschuld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de nietigheidsvorderingen af, maar veroordeelt DSB tot vergoeding van 80% van de schade wegens schending van de zorgplicht bij de aandelenlease-overeenkomst.