ECLI:NL:RBUTR:2007:BC1205
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Foppen
- P. Bender
- A.J.P. Schotman
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verkrachting en ontucht met minderjarige dochters
De rechtbank Utrecht heeft op 27 december 2007 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van verkrachting van zijn vrouw en ontuchtige handelingen met zijn drie minderjarige dochters. De verkrachting vond plaats op 1 januari 2007, waarbij verdachte met geweld zijn vrouw dwong tot seksuele handelingen. Daarnaast pleegde hij meermalen ontucht met zijn dochters, die destijds tussen 11 en 16 jaar oud waren.
De rechtbank achtte de verkrachting en ontucht wettig en overtuigend bewezen op basis van verklaringen van de aangeefsters, getuigenverklaringen en bekennende verklaringen van verdachte. Twee eerdere verkrachtingen van de vrouw in 1997 en 2002 konden echter niet wettig worden bewezen en leidden tot vrijspraak voor die feiten.
Psychiatrische rapporten stelden dat verdachte lijdende was aan een parafilie en enigszins verminderd toerekeningsvatbaar was. De rechtbank hield rekening met zijn openheid, berouw en het zoeken van hulp na ontdekking van de feiten. De straf werd vastgesteld op 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden omtrent behandeling en begeleiding. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige tenlastegelegde feiten die niet wettig bewezen konden worden en bepaalde dat de tijd in voorarrest geheel in mindering wordt gebracht op de straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor verkrachting en ontucht met minderjarige dochters.