ECLI:NL:RBUTR:2007:BG5533
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling borgtocht en aansprakelijkheid bij beëindiging huurovereenkomst met wederzijds goedvinden
Soft Wear vordert betaling van Amalia Beveren Invest B.V. als borg voor de nakoming van verplichtingen uit een huurovereenkomst en een aanvullende overeenkomst met Bear Stores I B.V. als huurder. De huurovereenkomst betrof een winkelruimte aan de Oudegracht 109 te Utrecht met een looptijd van vijf jaar en een borgstelling door Amalia. Na wanbetaling en niet-naleving van de aanvullende overeenkomst werd de huurovereenkomst met wederzijds goedvinden per 1 juni 2006 beëindigd.
Soft Wear stelt dat Amalia als borg aansprakelijk is voor de huurachterstanden en boetes uit hoofde van de aanvullende overeenkomst. Amalia voert verweer dat de borgtocht eindigt met de beëindiging van de huurovereenkomst en dat zij zich niet borg heeft gesteld voor verplichtingen uit de aanvullende overeenkomst.
De kantonrechter oordeelt dat de borgtocht afhankelijk is van de verbintenissen van de huurder uit de huurovereenkomst en daarmee eindigt met de beëindiging daarvan. De vorderingen van Soft Wear voor perioden na 1 juni 2006 worden afgewezen. Tevens wordt geoordeeld dat Amalia zich niet borg heeft gesteld voor verplichtingen uit de aanvullende overeenkomst, omdat zij niet partij was bij die overeenkomst en de borgtocht niet zonder medewerking van Amalia kon worden uitgebreid.
De vorderingen worden afgewezen en Soft Wear wordt veroordeeld in de proceskosten, welke nihil worden begroot. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter M.H.F. van Vugt en uitgesproken op 5 december 2007.
Uitkomst: De vorderingen van Soft Wear tegen Amalia worden afgewezen omdat de borgtocht eindigt met de beëindiging van de huurovereenkomst en Amalia niet aansprakelijk is voor verplichtingen uit de aanvullende overeenkomst.