ECLI:NL:RBUTR:2008:BC2804
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige schorsing door KNVB wegens schending hoor en wederhoor niet bewezen onrechtmatigheid
Op 2 oktober 2005 kreeg eiser tijdens een voetbalwedstrijd een rode kaart na een sliding die leidde tot een dubbele beenbreuk bij de tegenstander. De KNVB legde hem een schorsing van een jaar op, welke later deels werd omgezet in een uitsluiting. Eiser stelde dat de tuchtprocedure onzorgvuldig was omdat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden, en vorderde een verklaring voor recht en schadevergoeding.
De rechtbank stelde vast dat het fundamentele rechtsbeginsel van hoor en wederhoor inderdaad was geschonden in de tuchtprocedure, waardoor de KNVB onrechtmatig had gehandeld. Echter, eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat bij correcte toepassing van dit beginsel de straf niet of aanzienlijk lager zou zijn geweest.
De rechtbank oordeelde dat het causale verband tussen de onrechtmatige gedraging en de gestelde schade ontbrak, omdat niet kon worden vastgesteld dat zonder de schending geen straf zou zijn opgelegd. Daarom wees de rechtbank de vordering tot schadevergoeding af en veroordeelde eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de KNVB onrechtmatig heeft gehandeld maar wijst de schadevergoeding af wegens gebrek aan causaal verband.