ECLI:NL:RBUTR:2008:BC3249
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst na onregelmatige opzegging
De werknemer is sinds 1975 in dienst bij de werkgever en bekleedt de functie van inkoper met een bruto maandsalaris van €4.332,91 exclusief vakantietoeslag. De werkgever heeft een ontslagvergunning verkregen van het CWI wegens bedrijfseconomische omstandigheden en heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd met een opzegtermijn die niet in acht is genomen. De werkgever erkent de schadeplicht en biedt een schadevergoeding aan conform de wettelijke bepalingen.
De werknemer verzoekt de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewichtige redenen, waaronder twijfel aan de financiële noodzaak van de reorganisatie en het ontbreken van een afvloeiingsregeling. De werkgever betwist de ontvankelijkheid en het belang van het verzoek en stelt dat de beëindiging noodzakelijk was vanwege langdurige verliezen.
De kantonrechter overweegt dat de arbeidsovereenkomst door de ontslagvergunning en daaropvolgende opzegging onregelmatig, maar rechtsgeldig is geëindigd op 1 december 2007. De werknemer is wel ontvankelijk in zijn verzoek omdat de arbeidsovereenkomst op het moment van indiening nog bestond, maar nu deze is geëindigd, moet het verzoek worden afgewezen. De kantonrechter wijst erop dat de werknemer nog steeds de mogelijkheid heeft om de opzegging en de gevolgen daarvan te laten toetsen.
Tot slot worden de proceskosten niet aan de wederpartij opgelegd, zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen. De beschikking is op 14 januari 2008 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter J. Sap.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst reeds onregelmatig is geëindigd na de ontslagvergunning.