ECLI:NL:RBUTR:2008:BC3397
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontslag uit gesloten jeugdzorg in justitiële jeugdinrichting bij ontbreken instemming
De zaak betreft een kort geding waarin eiser, een minderjarige geplaatst in een justitiële jeugdinrichting (JJI), vordert om ontslagen te worden uit de gesloten jeugdzorg. De rechtbank onderzoekt de toepassing van het instemmingvereiste uit de Wet op de Jeugdzorg (WJZ), dat vereist dat zowel de jeugdige als degene die het gezag uitoefent instemmen met de tenuitvoerlegging van een machtiging gesloten jeugdzorg in een JJI.
De rechtbank concludeert dat zonder deze instemming de machtiging niet rechtsgeldig kan worden uitgevoerd in een JJI. Hoewel de wet en parlementaire geschiedenis hierover geen duidelijke richtlijnen geven, acht de rechtbank het instemmingvereiste bindend vanwege de ingrijpende vrijheidsbenemende aard van de maatregel. Het beroep van BJZ en JOC op het kinderrechtenverdrag (IVRK) slaagt niet om het instemmingvereiste te omzeilen.
De rechtbank oordeelt dat de jeugdige onrechtmatig wordt vastgehouden en beveelt BJZ en JOC binnen twee uur na betekening van het vonnis tot ontslag uit de gesloten plaatsing. Tevens worden de proceskosten aan de zijde van eiser toegewezen. De rechtbank erkent dat het JOC slechts uitvoerder is en geen zelfstandige bevoegdheid heeft om de jeugdige te ontslaan, maar dat het zonder geldige machtiging ook geen grondslag heeft om de vrijheidsberoving voort te zetten.
Uitkomst: BJZ en JOC worden veroordeeld om eiser binnen twee uur na betekening uit de gesloten plaatsing te ontslaan en in vrijheid te stellen.