ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4152
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs samenscholingsverbod in Utrecht
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak van zeven jongeren die werden verdacht van het overtreden van het samenscholingsverbod in de wijk Kanaleneiland-Noord. De burgemeester had een besluit genomen dat een vooraf aangewezen groep jongeren zich niet in groepen van meer dan vijf personen op straat mocht bevinden, ongeacht of er sprake was van ordeverstoring.
De kantonrechter oordeelde dat het enkel met een groep mensen op straat staan niet automatisch samenscholing betekent. Er moet sprake zijn van een (dreigende) verstoring van de openbare orde, wat in deze zaak niet bewezen was. De tenlastelegging vermeldde alleen dat de jongeren deel uitmaakten van een groep van zes personen, zonder aanwijzingen voor ordeverstoring.
De verdediging voerde aan dat het samenscholingsverbod in strijd was met het legaliteitsbeginsel en andere rechtsbeginselen, maar de rechter volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en vond het verbod niet onduidelijk of onverbindend. De kantonrechter gaf aan dat de uitleg van de burgemeester te ver ging door het samenscholingsverbod zonder noodzaak van ordeverstoring toe te passen.
Uiteindelijk sprak de rechtbank de jongeren vrij omdat het kenmerkende bestanddeel van samenscholing met (dreigende) ordeverstoring niet was bewezen. Dit vonnis werd gewezen door kantonrechter N.V.M. Gehlen op 13 februari 2008.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen is dat sprake was van samenscholing met (dreigende) ordeverstoring.