ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4155
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs samenscholingsverbod in Utrechtse wijk Kanaleneiland-Noord
In de zaak voor de kantonrechter Utrecht stonden zeven jongeren terecht wegens het overtreden van het samenscholingsverbod in de wijk Kanaleneiland-Noord. De burgemeester had in september 2007 een besluit genomen dat een bepaalde groep jongeren zich niet in groepen van meer dan vijf personen op straat mocht bevinden, ongeacht of zij de orde verstoorden of dreigden te verstoren.
De kantonrechter oordeelde dat het enkel met een groep mensen op straat staan niet automatisch een samenscholing is. Er moet sprake zijn van een (dreigende) verstoring van de openbare orde. Uit de tenlastelegging bleek niet dat er sprake was van een dergelijke verstoring. De uitleg van het samenscholingsverbod door de burgemeester, die het samenscholingsverbod ruim interpreteerde, werd door de rechter te ver gevonden.
De verdediging voerde aan dat het samenscholingsverbod onduidelijk was en in strijd met het legaliteitsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel, het onschuldpresumptie en het discriminatieverbod. De kantonrechter volgde dit niet en stelde vast dat het verbod een wettelijke basis heeft in de APV Utrecht.
Hoewel bewezen werd dat verdachte deel uitmaakte van een groep van zes personen, ontbrak het bewijs voor het kenmerkende bestanddeel van samenscholing, namelijk de (dreigende) ordeverstoring. Daarom sprak de kantonrechter de verdachten vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat sprake was van samenscholing met (dreigende) ordeverstoring.