ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4156
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs samenscholingsverbod in Kanaleneiland-Noord Utrecht
De rechtbank Utrecht behandelde een zaak tegen zeven jongeren die verdacht werden van het overtreden van het samenscholingsverbod in de wijk Kanaleneiland-Noord. De burgemeester had een gebied aangewezen waar een specifieke groep jongeren zich niet in groepen van meer dan vijf personen mocht bevinden, ongeacht of er sprake was van ordeverstoring.
De kantonrechter oordeelde dat het enkel samenkomen in een groep onvoldoende is om te spreken van samenscholing; er moet sprake zijn van een (dreigende) verstoring van de openbare orde. Dit was in de gevallen van de verdachten niet bewezen. De tenlastelegging vermeldde slechts het samen zijn in een groep, zonder aanwijzingen voor ordeverstoring.
De verdediging voerde aan dat het samenscholingsverbod onduidelijk is en in strijd met het legaliteitsbeginsel en andere rechtsbeginselen. De rechtbank volgde deze argumenten niet en stelde vast dat het verbod een wettelijke basis heeft in de APV Utrecht en niet strijdig is met het bepaaldheidsbeginsel.
Uiteindelijk sprak de kantonrechter de verdachten vrij omdat het kenmerkende bestanddeel van samenscholing, namelijk de dreiging van ordeverstoring, niet bewezen kon worden. De uitspraak benadrukt het belang van een feitelijke beoordeling van samenscholing en de noodzaak van een gerechtvaardigde inperking van bewegingsvrijheid.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat hij deelnam aan een samenscholing met (dreigende) ordeverstoring.