ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4158
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs samenscholingsverbod in Kanaleneiland-Noord Utrecht
In de zaak voor de kantonrechter te Utrecht stonden zeven jongeren terecht wegens overtreding van het samenscholingsverbod in de wijk Kanaleneiland-Noord. De burgemeester had in september 2007 een besluit genomen dat een vooraf aangewezen groep jongeren zich niet in groepen van meer dan vijf personen op straat mocht bevinden, ongeacht of er sprake was van ordeverstoring.
De rechter oordeelde dat het enkel met een groep mensen op straat staan niet automatisch samenscholing betekent. Er moest sprake zijn van een (dreigende) verstoring van de openbare orde, wat in deze zaak niet bewezen kon worden. De tenlasteleggingen bevatten geen aanwijzingen voor een daadwerkelijke of dreigende ordeverstoring.
De verdediging voerde aan dat het samenscholingsverbod in strijd was met het legaliteitsbeginsel en andere rechtsbeginselen, maar de kantonrechter volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en vond het verbod niet onduidelijk of onverbindend. Toch gaf de rechter een eigen uitleg aan het begrip samenscholing, aansluitend bij het algemene spraakgebruik en de achterliggende strekking van de norm.
Uiteindelijk sprak de kantonrechter de verdachten vrij omdat het kenmerkende bestanddeel van samenscholing niet bewezen kon worden. De uitspraak benadrukt het belang van een feitelijke beoordeling van (dreigende) ordeverstoring en wijst een te ruime uitleg van het samenscholingsverbod af.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat sprake was van samenscholing met (dreigende) ordeverstoring.