ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4161
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs samenscholing ondanks samenscholingsverbod in Utrecht
De kantonrechter in Utrecht sprak zeven jongeren vrij die werden verdacht van het overtreden van het samenscholingsverbod in Kanaleneiland-Noord. De jongeren werden aangehouden omdat zij in groepen van meer dan vijf personen op straat stonden, terwijl de burgemeester een verbod had ingesteld voor een vooraf aangewezen groep jongeren.
De rechter oordeelde dat het enkel met een groep mensen op straat staan niet automatisch samenscholing betekent; er moet sprake zijn van een (dreigende) verstoring van de openbare orde. Dit was in de zaken tegen de jongeren niet bewezen. Het aanvullend beleid van de burgemeester dat het samenscholingsverbod ruim interpreteert, werd door de rechter te vergaand bevonden.
De verdediging voerde aan dat het samenscholingsverbod onduidelijk en in strijd met het legaliteitsbeginsel was, maar de rechter volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad dat het verbod niet onduidelijk is. Uiteindelijk sprak de rechter de jongeren vrij omdat het kenmerkende bestanddeel van samenscholing, namelijk een (dreigende) ordeverstoring, ontbrak in de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat hij deelnam aan een samenscholing die de openbare orde verstoorde of dreigde te verstoren.