ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4532
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens ongeschiktheid aangeboden functie en goed werkgeverschap
Eiser werkte sinds 1975 bij de Kamerbeek Groep, later onderdeel van Meeùs, en was statutair directeur van een business unit. Na een interne reorganisatie in 2004 werd zijn functie gewijzigd en bood Meeùs hem de functie van Regiomanager Zakelijke Verzekeringen West aan, die eiser onder protest aanvaardde. Eiser stelde dat deze functie een demotie was en niet passend, en vorderde een vergoeding wegens onrechtmatig handelen en slecht werkgeverschap.
De kantonrechter had eerder de arbeidsovereenkomst ontbonden en een vergoeding toegekend, maar had daarbij de reorganisatie en de passende functie buiten beschouwing gelaten. Eiser vorderde nu aanvullend een vergoeding op grond van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank oordeelde dat na de ontbindingsbeschikking in principe geen ruimte is voor een aanvullende vergoeding op dezelfde feiten, tenzij de kantonrechter relevante omstandigheden buiten beschouwing had gelaten.
De rechtbank stelde vast dat de nieuwe functie aansloot bij de capaciteiten en het werkniveau van eiser, dat zijn salaris gelijk bleef en dat de verminderde tekeningsbevoegdheid en het ontbreken van eindverantwoordelijkheid niet automatisch een degradatie of ongeschiktheid betekenden. De reorganisatiestructuur maakte dat een functie met zelfstandige eindverantwoordelijkheid niet meer bestond voor eiser. De rechtbank concludeerde dat Meeùs als goed werkgever had gehandeld en dat eiser zijn vorderingen niet kon dragen.
De vorderingen werden afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van de passende functie en de ontslagvergoeding in deze procedure onafhankelijk moest zijn van de ontbindingsprocedure.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en veroordeelt hem in de proceskosten.