ECLI:NL:RBUTR:2008:BC4540
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst doorlopend krediet en nakoming betalingsverplichtingen
Op 7 juli 2000 sloten gedaagde en zijn toenmalige partner een doorlopend kredietovereenkomst met Ribank N.V. voor een kredietfaciliteit van ƒ 35.000, waarvan ƒ 20.000 werd uitbetaald. Gedaagde en partner waren hoofdelijk aansprakelijk. De partner werd onder schuldsanering geplaatst, die eindigde met een schone lei, maar dit ontsloeg gedaagde niet van zijn verplichtingen.
Ribank stelde gedaagde bij brief van 10 juni 2004 in gebreke wegens betalingsachterstand en verklaarde het gehele saldo opeisbaar. Diverse correspondentie met deurwaarder volgde, waarbij gedaagde een betalingsregeling van €150 per maand trof, die hij grotendeels nakwam. Ribank wilde echter een hogere maandelijkse betaling, wat gedaagde betwistte.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde ernstig in gebreke was gebleven en dat Ribank de restantvordering terecht ineens kon opvorderen. De rente kon worden aangepast conform de algemene voorwaarden en de Wet op het consumentenkrediet. De vordering van Ribank werd toegewezen tot een bedrag van €18.783,36 plus rente, met een maximum conform de wettelijke kredietvergoeding. Proceskosten werden toegewezen aan Ribank.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €18.783,36 plus rente en proceskosten aan Ribank N.V.