ECLI:NL:RBUTR:2008:BC6352
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- L.M.G. de Weerd
- J.M. Willems
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt dat Hervormde Gemeenten per 1 mei 2004 onderdeel zijn van de Protestantse Kerk in Nederland
Op 1 mei 2004 zijn de Nederlandse Hervormde Kerk, de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk verenigd in de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Diverse Hervormde Gemeenten wilden zich niet aansluiten bij deze fusie en stelden zich op het standpunt dat zij zelfstandig konden blijven functioneren. De rechtbank heeft geoordeeld dat deze gemeenten zich niet konden onttrekken aan de fusie en per genoemde datum onderdeel zijn geworden van de PKN.
De rechtbank heeft de vorderingen van de Hervormde Gemeenten en wijkgemeenten grotendeels afgewezen, mede omdat zij niet eerst de kerkelijke rechtsgang bij de Generale Commissie voor de behandeling van Bezwaren en Geschillen (GCBG) hebben doorlopen, wat een vereiste is. Ook is vastgesteld dat wijkgemeenten niet beschikken over rechtspersoonlijkheid en daarom niet ontvankelijk zijn.
De Hersteld Hervormde Gemeenten, die na de fusie zijn opgericht door leden die de PKN niet wilden volgen, zijn eveneens niet ontvankelijk verklaard omdat zij de voorgeschreven kerkelijke rechtsgang niet hebben gevolgd. De rechtbank bevestigt dat de beslissingen van de GCBG slechts marginaal door de burgerlijke rechter kunnen worden getoetst en dat de fusie en de beslissingen daarom in stand blijven.
Tot slot heeft de rechtbank de proceskosten in de hoofdzaak en incidenten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt, en de Hersteld Hervormde Gemeenten veroordeeld in de proceskosten van de PKN.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de Hervormde Gemeenten per 1 mei 2004 onderdeel van de PKN en wijst hun vorderingen af wegens niet-ontvankelijkheid en gebondenheid aan de fusiebesluiten.