ECLI:NL:RBUTR:2008:BC7491
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor valsheid in geschrifte en niet melden inkomsten bij sociale dienst
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld wegens valsheid in geschrifte en het opzettelijk niet melden van inkomsten en vermogensbestanddelen aan de sociale dienst gedurende de periode van 1999 tot 2006. Verdachte en haar partner ontvingen een bijstandsuitkering en waren verplicht wijzigingen in hun financiële situatie te melden. De rechtbank stelde vast dat verdachte en haar partner inkomsten hadden uit zelfstandige handel in horloges, kleding en sieraden, en beschikten over twee personenauto's met aanzienlijke waarde, zonder dit te melden.
Uit getuigenverklaringen en politieonderzoek bleek dat de partner van verdachte al jaren handelde in horloges en kleding, wat inkomsten opleverde die niet werden opgegeven. Verdachte zelf werd vrijgesproken van het verrichten van zelfstandige werkzaamheden, maar werd wel verantwoordelijk gehouden voor het profiteren van de niet gemelde inkomsten en vermogensbestanddelen. De rechtbank verwierp het verweer dat de dagvaarding onvoldoende duidelijk was.
De rechtbank achtte de valselijk ingevulde rechtmatigheidsonderzoeksformulieren als geschriften die bestemd zijn om bewijs te leveren en concludeerde dat verdachte deze meermalen valselijk heeft opgemaakt. Verdachte werd veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 240 uur, met een proeftijd van twee jaar. De straf weerspiegelt de ernst van de fraude en het ondermijnen van het sociale zekerheidsstelsel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een taakstraf van 240 uur wegens valsheid in geschrifte en niet melden van inkomsten aan de sociale dienst.