ECLI:NL:RBUTR:2008:BC7671
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens dagvaarding niet-bestaande partij na fusie verzekeraar
Eisers vorderen schadevergoeding van de verzekeraar De Zwolsche naar aanleiding van een verkeersongeval op 24 mei 2000. De Zwolsche erkende aansprakelijkheid en betaalde reeds een deel van de schade. De verzekeraar voert echter primair verweer dat zij niet-ontvankelijk is omdat zij per 7 december 2004 is opgehouden te bestaan door een fusie, waarbij alle rechten en verplichtingen zijn overgegaan op Allianz.
Tijdens de comparitie is een gedeeltelijke schikking bereikt met Allianz, waarbij een bedrag voor immateriële schade is betaald. De rechtbank beoordeelt vervolgens de vraag of De Zwolsche nog als partij kan optreden. Op grond van artikel 2:311 lid 1 BW Pro is vastgesteld dat De Zwolsche door de fusie is opgehouden te bestaan en daardoor niet meer rechtsbekwaam is.
De rechtbank concludeert dat eiser een niet-bestaande partij heeft gedagvaard en verklaart de vorderingen niet-ontvankelijk. De proceskosten worden aan eiser opgelegd. Hiermee is het geschil over de aansprakelijkheid en reeds betaalde bedragen feitelijk beëindigd, en resteert alleen nog de discussie over het verlies van verdienvermogen, waarvoor deskundigen benoemd kunnen worden.
Uitkomst: Eisers worden niet-ontvankelijk verklaard omdat zij een niet-bestaande partij hebben gedagvaard na fusie van de verzekeraar.