ECLI:NL:RBUTR:2008:BC8156
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Burenruzie met mishandeling en schadevergoeding
Eiser en gedaagde, buren, hebben een langdurig conflict met meerdere incidenten van mishandeling en overlast. Gedaagde is door het Gerechtshof veroordeeld voor mishandeling van eiser op 27 oktober 2000 en 14 juli 2003. Eiser vordert schadevergoeding voor materiële en immateriële schade, waaronder beschadigde kleding, vervanging van een dakrand, en immateriële schade wegens mishandeling en intimidatie.
De rechtbank stelt vast dat gedaagde mishandeling heeft gepleegd op beide data en kent smartengeld toe van 250 euro voor het incident in 2000 en 500 euro voor dat in 2003. De vordering voor vervanging van de dakrand wegens verlies van zelfwerkzaamheid wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De immateriële schade wegens jarenlange intimidatie is niet bewezen en wordt voorlopig niet toegewezen.
Gedaagde heeft een voorstel gedaan tot schikking van 2.500 euro om de zaak te beëindigen. De rechtbank geeft hem de gelegenheid zich uit te laten over het prijsgeven van verweer onder voorwaarden, waaronder een maximumveroordeling van 3.085 euro plus wettelijke rente en proceskosten. De zaak wordt aangehouden voor nadere beslissing.
De proceskosten worden begroot op 2.212,56 euro. De rechtbank benadrukt dat gedaagde het recht behoudt om in andere procedures verweren te voeren. Hiermee wordt een voorlopig einde gemaakt aan de procedure, met ruimte voor verdere bewijslevering indien nodig.
Uitkomst: De rechtbank kent een beperkte schadevergoeding toe voor mishandeling en beschadigde kleding, wijst overige vorderingen af en houdt de zaak aan voor nadere beslissing.