ECLI:NL:RBUTR:2008:BC8194
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.P.G.L.M. Verbunt
- M.J. Veldhuijzen
- P.J.G. van Osta
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor primair ten laste gelegde feit en geldboete voor niet verlenen van voorrang aan bromfietser
Op 22 maart 2007 vond een verkeersongeval plaats op de kruising van de Aziëlaan en Columbuslaan te Utrecht waarbij verdachte, rijdend in een personenauto, linksaf sloeg en daarbij een bromfietser geen voorrang verleende. De bromfietser liep ernstige verwondingen op aan zijn linkeronderbeen.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en sprak hem daarvan vrij. Wel werd vastgesteld dat verdachte een verkeersfout maakte door geen voorrang te verlenen, wat leidde tot de aanrijding. Er was geen bewijs dat het slachtoffer te hard reed of dat verdachte anderszins schuld had in de zin van de Wegenverkeerswet 1994.
De officier van justitie eiste een geldboete van €500 en ontzegging van de rijbevoegdheid voor 6 maanden. De rechtbank vond een onvoorwaardelijke geldboete passend en wees een ontzegging af vanwege het ontbreken van onverantwoord rijgedrag en een schoon strafblad. De boete mag in vijf termijnen worden betaald.
De rechtbank motiveerde haar oordeel met het feit dat het ongeval plaatsvond op een overzichtelijke kruising bij daglicht, verdachte de bromfiets had moeten zien, en dat de ernst van het letsel niet bepalend was voor de strafmaat. De verdachte werd veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde feit, een overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit en veroordeeld tot een geldboete van €500 voor het niet verlenen van voorrang.