ECLI:NL:RBUTR:2008:BC8316
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verstekvonnis wegens niet-nakoming betalingsverplichting bouwbedrijf
De zaak betreft een geschil tussen een bouwbedrijf en een klant over de betaling van werkzaamheden aan een woonhuis. Het bouwbedrijf had een urenoverzicht bijgehouden en een rekening gestuurd, waarvan een deel onbetaald bleef. Na een verstekvonnis waarin een deel van de vordering werd toegewezen, stelde de gedaagde verzet in tegen dit vonnis.
De gedaagde voerde aan dat de betalingsafspraak uit augustus 2005 onder opschortende voorwaarden was gemaakt, die niet waren vervuld, waardoor hij niet tot betaling gehouden zou zijn. De rechtbank oordeelde echter dat de gedaagde onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze voorwaarden daadwerkelijk waren overeengekomen. De brief van de gedaagde met algemene voorwaarden was onvoldoende concreet en er ontbraken expliciete mededelingen.
De rechtbank concludeerde dat de gedaagde gehouden is tot nakoming van de betalingsverplichting zoals vastgesteld in het verstekvonnis. Ook de matiging van de buitengerechtelijke incassokosten blijft gehandhaafd. Het verzet wordt verworpen en het verstekvonnis bekrachtigd. De gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt bekrachtigd en de gedaagde veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag en proceskosten.