ECLI:NL:RBUTR:2008:BC8320
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Schepen
- M. van Delft-Baas
- H. Phaff
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens geen discriminatie door uitsluiting zwangerschapsuitkering
Het geschil betreft de vraag of Movir, een verzekeraar voor zelfstandige ondernemers, vrouwen discrimineert door tijdens zwangerschapsverlof geen arbeidsongeschiktheidsuitkering te verstrekken en door beperkende voorwaarden te hanteren voor zwangerschapsuitkeringen. Het Proefprocessenfonds en vrouwelijke verzekerden stelden dat dit in strijd is met de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) en EU-richtlijnen.
De eisers vorderden onder meer dat Movir haar polisvoorwaarden zou aanpassen zodat zwangerschapsuitkeringen gelijk worden behandeld als arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, zonder wachttijd en met actuele daggeldwaarden. Movir stelde dat zwangerschap geen arbeidsongeschiktheid is, dat er geen sprake is van onderscheid naar geslacht en dat de voorwaarden noodzakelijk zijn om misbruik te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat zwangerschap en arbeidsongeschiktheid wezenlijk verschillende situaties zijn, waarbij het zwangerschapsverlof ook de band tussen moeder en kind beschermt. De polisvoorwaarden maken geen direct of indirect onderscheid op grond van geslacht, omdat de definitie van arbeidsongeschiktheid voor iedereen gelijk is en zwangerschap niet als arbeidsongeschiktheid wordt aangemerkt.
De rechtbank verwierp het beroep op de EU-richtlijn omdat deze geen wijziging in de beoordeling bracht. De vorderingen werden afgewezen en het Proefprocessenfonds werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat Movir geen verboden onderscheid maakt en wijst de vorderingen af.