ECLI:NL:RBUTR:2008:BC8372
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Koopovereenkomst en vrijwaringsclausule bij confiscatie van zeecontainers door Angolese autoriteiten
In deze civiele zaak tussen Rosilvia Comercial Limitada en de curator van het faillissement van Algemene Oliehandel B.V. staat de koopovereenkomst van 30 zeecontainers met sojaolie centraal. Rosilvia vordert betaling van de koopsom en bijkomende kosten, vermeerderd met wettelijke rente, wegens confiscatie van 17 containers door de Angolese autoriteiten. De curator voert verweer en stelt onder meer dat Rosilvia de containers niet tijdig heeft afgehaald en dat het risico na ontvangst van de cognossementen op Rosilvia overging.
De rechtbank stelt vast dat 17 containers daadwerkelijk zijn geconfisqueerd, gebaseerd op diverse documenten waaronder het begeleidend document nr. 17/2006, verklaringen van de havenmeester en Maersk. De rechtbank oordeelt dat de vrijwaringsclausule in de koopovereenkomst inhoudt dat het risico van confiscatie bij de verkoper blijft, ook na ontvangst van de cognossementen. De curator heeft onvoldoende onderbouwd dat Rosilvia onaanvaardbaar lang heeft gewacht met het ophalen van de containers.
Verder draagt de rechtbank Rosilvia op bewijs te leveren van de betaling van legalisatiekosten, customs duties, port charges en terminal handling charges, en van haar pogingen om terugbetaling van teveel betaalde belastingen te verkrijgen. De vordering tot vergoeding van wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. De curator mag een bedrag van ruim $77.000,- verrekenen met de vordering van Rosilvia. De rechtbank houdt verdere beslissing aan en verwijst naar een volgende rolzitting voor bewijslevering en nadere processtukken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van de koopsom van 17 geconfisqueerde containers toe en draagt bewijslevering op voor overige kosten.