ECLI:NL:RBUTR:2008:BC9871
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorwaardelijke ontbinding arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet
Fujitsu heeft een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder], die op staande voet was ontslagen wegens vermeende onregelmatigheden zoals het vervalsen van handtekeningen en het misleiden over zakelijke transacties. In een eerdere procedure was dit verzoek afgewezen omdat nader onderzoek noodzakelijk werd geacht.
Fujitsu baseert het nieuwe verzoek op drie nieuwe feiten: het vermeende verrichten van nevenwerkzaamheden door [verweerder], nieuwe verwijten uit een getuigenverhoor bij Glasgoed, en het leggen van conservatoir beslag door [verweerder] op de banktegoeden van Fujitsu. De kantonrechter oordeelt echter dat het tweede verzoek niet mag dienen als verkapt hoger beroep en dat de nieuwe feiten onvoldoende aannemelijk zijn.
De kantonrechter stelt dat het liegen over nevenwerkzaamheden alleen via herroeping van de eerdere beschikking kan worden aangepakt en dat het feit dat [verweerder] mogelijk elders werkt geen grond voor ontbinding is, zeker nu hij op staande voet ontslagen is. Ook de nieuwe verwijten uit de Glasgoed-zaak en het beslag leggen zijn onvoldoende zwaarwegend om ontbinding te rechtvaardigen.
De kantonrechter concludeert dat Fujitsu onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de verwijten en wijst het verzoek tot ontbinding af. Fujitsu wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van nieuwe feiten.