ECLI:NL:RBUTR:2008:BC9914
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor ontuchtige handelingen jegens minderjarig stiefkind met voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefkind, gepleegd in de periode van juni 2001 tot oktober 2004, zowel in Nederland als in Spanje. De ontucht bestond uit het meermalen onder de kleding strelen en betasten van de blote borst(en), rug, buik, billen, binnenkant van de benen, lies/liezen en het kussen van de blote buik en borst(en) van het slachtoffer, alsmede het aanraken van de schaamstreek.
Verdachte heeft bekend deze handelingen te hebben verricht, maar ontkende het seksueel binnendringen met zijn vinger. De rechtbank acht dit laatste onvoldoende bewezen en sprak verdachte daarvan vrij. De rechtbank oordeelde dat verdachte het vertrouwen van het slachtoffer, zijn stiefdochter, heeft misbruikt en dat het slachtoffer psychische en lichamelijke schade heeft ondervonden.
De officier van justitie vorderde een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een werkstraf van 240 uur. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 6 maanden voorwaardelijk op met een proeftijd van 2 jaar en een werkstraf van 240 uur, waarbij de uitvoering van de gevangenisstraf kan worden gelast bij overtreding van de voorwaarden. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en het misbruik van de vertrouwenspositie door verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden en een werkstraf van 240 uur wegens ontuchtige handelingen met zijn minderjarige stiefkind.