ECLI:NL:RBUTR:2008:BC9971
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van koopovereenkomst wegens geestelijke stoornis en ongedaanmaking
Partijen sloten tussen december 1999 en maart 2000 koopovereenkomsten betreffende een agrarisch bedrijf. Eisers stelden dat deze overeenkomsten vernietigbaar zijn wegens een geestelijke stoornis van eiser sub 3, die zijn redelijke waardering van belangen belemmerde. Gedaagde betwistte dit en beriep zich op gerechtvaardigd vertrouwen.
De rechtbank benoemde twee deskundigen die concludeerden dat eiser sub 3 inderdaad leed aan een geestelijke stoornis die zijn oordeelsvermogen beperkte en dat dit voor gedaagde kenbaar moest zijn geweest. Een door gedaagde ingeschakelde derde deskundige leverde kritiek, maar deze werd door de rechtbank minder zwaar gewogen.
De rechtbank oordeelde dat de overeenkomsten vernietigbaar zijn op grond van artikel 3:34 BW Pro en dat het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen faalt. De ongedaanmaking van de overdracht van bedrijfsgebouwen, melkquotum en veestapel werd besproken, waarbij ongedaanmaking van het melkquotum en de veestapel bezwaarlijk of onmogelijk bleek. Daarom werd gedaagde veroordeeld tot schadevergoeding. Voor de vaststelling van de schade benoemt de rechtbank deskundigen op fiscaal en agrarisch waarderingsgebied.
De rechtbank hield verdere beslissing aan en gaf partijen gelegenheid zich uit te laten over de deskundigenrapportages. De zaak werd aangehouden tot 7 mei 2008 voor nadere procedure.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de overeenkomsten wegens geestelijke stoornis en wijst ongedaanmaking en schadevergoeding toe met benoeming van deskundigen.