ECLI:NL:RBUTR:2008:BD0548
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opzegging arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid en toepassing kantonrechtersformule
De werknemer trad in maart 2002 in dienst bij de werkgever, een zeer kleine onderneming met slechts één werknemer, en werkte twee jaar voordat hij in april 2004 uitviel wegens rugletsel. De werkgever heeft geen reïntegratietraject geïnitieerd en voldaan aan zijn reïntegratieverplichtingen, ondanks de wettelijke en CAO-vereisten. De werknemer ontving vanaf april 2006 een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 26%. De werkgever vroeg in april 2007 toestemming aan het CWI om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, welke in juni 2007 werd verleend, waarna de arbeidsovereenkomst per november 2007 werd beëindigd.
De werknemer vorderde een verklaring dat de opzegging kennelijk onredelijk was en een schadevergoeding van €10.108,80 bruto, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente. De werkgever stelde dat hij het loon langer dan wettelijk en CAO voorgeschreven had doorbetaald en vorderde een bedrag van €10.036,- als onverschuldigde betaling. De kantonrechter oordeelde dat het ontbreken van reïntegratie-inspanningen en het feit dat de werknemer slechts twee jaar effectief had gewerkt, de opzegging kennelijk onredelijk maakte. De financiële situatie van de werkgever werd meegewogen bij de hoogte van de vergoeding.
De vergoeding werd vastgesteld volgens de kantonrechtersformule: 6 gewogen dienstjaren x €1.811,16 bruto salaris x 0,3 correctiefactor = €3.260,- bruto. De vordering van de werkgever tot terugbetaling van onverschuldigde loonbetaling werd toegewezen, maar verrekening met dwangsommen werd afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten. Het vonnis werd op 16 april 2008 uitgesproken door kantonrechter J. Sap.
Uitkomst: De opzegging is kennelijk onredelijk en de werkgever is veroordeeld tot betaling van €3.260,- bruto schadevergoeding aan de werknemer.