ECLI:NL:RBUTR:2008:BD0577
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens ontbreken persoonlijke betekening aan gedetineerde verdachte
De rechtbank Utrecht heeft op 28 maart 2008 geoordeeld over de geldigheid van een dagvaarding met parketnummer 16/500041-08 tegen een verdachte die op dat moment gedetineerd was. De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding niet persoonlijk aan de verdachte was betekend, terwijl dit op grond van artikel 588, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering wel had moeten gebeuren vanwege zijn detentie.
Hoewel de verdachte op transport was gezet en daardoor ter terechtzitting verscheen, verklaarde hij ter zitting dat hij niet op de hoogte was van de inhoud van de dagvaarding en geen contact had opgenomen met zijn raadsman. Hierdoor kon zijn verschijning niet worden gezien als een vrijwillige verschijning.
Op grond van deze feiten verklaarde de rechtbank de dagvaarding nietig. Dit betekent dat de procedure niet rechtsgeldig was gestart en dat de rechtbank geen inhoudelijke uitspraak deed over de tenlastelegging. De beslissing benadrukt het belang van correcte betekening van processtukken aan gedetineerden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig wegens het ontbreken van persoonlijke betekening aan de gedetineerde verdachte.