ECLI:NL:RBUTR:2008:BD0942
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling na faillissementsaanvraag
De vennoot van een vennootschap onder firma werd failliet verklaard op verzoek van een schuldeiser, Fortis Commercial Finance GmbH. Na ontvangst van het faillissementsverzoek werd verzoekster door de griffier geïnformeerd over de mogelijkheid om binnen veertien dagen een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling in te dienen. Verzoekster deed dit niet binnen de gestelde termijn en gaf aan dat zij dacht dat haar situatie anders opgelost kon worden en dat de procedure onduidelijk voor haar was.
De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden onvoldoende waren om te concluderen dat het niet tijdig indienen van het verzoek niet aan verzoekster kon worden toegerekend. Het was aan verzoekster om juridische hulp in te schakelen indien de procedure onduidelijk was. De rechtbank wees ook op het feit dat zij verzoekster tijdens de faillissementszitting had gewezen op de mogelijkheid van de schuldsaneringsregeling, maar dat dit verzoek pas inhoudelijk wordt beoordeeld wanneer het tijdig is ingediend.
De behandeling van het faillissementsverzoek werd aangehouden om verzoekster de gelegenheid te geven tot een regeling te komen en na te denken over de schuldsaneringsregeling. Verzoekster diende uiteindelijk een verzoek in na de termijn, maar verscheen per abuis niet op de eerste zitting voor dit verzoek. Op de tweede zitting werd zij gehoord. Desondanks werd het verzoek afgewezen wegens het niet naleven van de fatale termijn van veertien dagen zoals bepaald in artikel 3 van Pro de Faillissementswet.
Het faillissementsverzoek herleefde en de rechtbank bepaalde dat dit op een later moment verder zou worden behandeld. De uitspraak werd gedaan op 28 april 2008 door mr. T. Pavicevic.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het niet tijdig indienen binnen de wettelijke termijn.