ECLI:NL:RBUTR:2008:BD1181

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
7 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
SBR 08/790
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 WROArt. 8:81 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing besluit vrijstelling reconstructie verkeersknooppunt Majellaknoop in afwachting bodemprocedure

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 16 januari 2006 waarbij het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een vrijstelling verleende voor de reconstructie van het verkeersknooppunt Majellaknoop. Dit bezwaar werd bij besluit van 18 december 2007 ongegrond verklaard. Verzoekster heeft vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank Utrecht.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 25 april 2008. De vrijstelling maakt de reconstructie mogelijk van delen van de Vleutenseweg, Thomas a Kempisweg en Spinozaweg en de aanleg van een nieuwe bypass. De voorzieningenrechter constateert dat er principiële vragen spelen over luchtkwaliteit die door een meervoudige kamer behandeld zullen worden.

Omdat de gemeente Utrecht spoedig met de werkzaamheden wil starten en de gevolgen van de werkzaamheden niet eenvoudig ongedaan gemaakt kunnen worden, is besloten het besluit en het bezwaar te schorsen tot de uitspraak in de bodemprocedure. Tevens is de gemeente veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.

Uitkomst: Het besluit tot vrijstelling voor de reconstructie van het verkeersknooppunt Majellaknoop wordt geschorst tot de uitspraak in de bodemprocedure.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector bestuursrecht
zaaknummer: SBR 08/790
1a
uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2008
inzake
[verzoekster],
gevestigd te Utrecht,
verzoekster,
tegen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,
verweerder.
Inleiding
1.1 Het verzoek heeft betrekking op het besluit op bezwaar van verweerder van 18 december 2007 waarbij het bezwaar van verzoekster tegen het besluit van 16 januari 2006 ongegrond is verklaard. Bij besluit van 16 januari 2006 heeft verweerder aan het Ingenieursbureau Utrecht (hierna: vergunninghouder) ingevolge artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) vrijstelling verleend voor de reconstructie van het verkeersknooppunt Majella (hierna: Majellaknoop).
1.2 Het verzoek is behandeld ter zitting van 25 april 2008, waar verzoekster is verschenen bij drs. C. van Oosten, werkzaam bij Bureau Rechtsbescherming te Utrecht.
Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door de heren [X], bijgestaan door mr. R.J.G. Bäcker, advocaat te Rotterdam.
Overwegingen
2.1 Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2.2 Voor zover deze toetsing meebrengt dat een oordeel wordt gegeven over het geschil in de bodemprocedure, heeft dit oordeel een voorlopig karakter en bindt dit de rechtbank niet bij haar beslissing in die procedure.
2.3 Het verzoek is ingediend hangende het beroep tegen de verleende vrijstelling voor de reconstructie van de Marjellaknoop. Op basis van de verleende vrijstelling kan een reconstructie van gedeelten van de Vleutenseweg, de Thomas a Kempisweg en de Spinozaweg plaatsvinden. Tevens is voorzien in de aanleg van een nieuwe verbindingsweg (bypass) evenwijdig aan het spoor.
2.4 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft voorstaande plan verkeerskundig en ruimtelijk behoorlijke consequenties. Voorts constateert de voorzieningenrechter dat door verzoekster een aantal principiële vragen aan de orde is gesteld op het terrein van de luchtkwaliteit, welke beantwoord dienen te worden door een meervoudige kamer van deze rechtbank. De meervoudige kamer van deze rechtbank zal daarover op korte termijn uitspraak doen.
2.5 Nu verweerder ter zitting heeft verklaard spoedig met de uitvoering van de werkzaamheden aan te vangen en de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank niet te willen afwachten en de gevolgen van de geplande werkzaamheden niet eenvoudig ongedaan gemaakt kunnen worden, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de beslissing op bezwaar van 18 december 2007 en het besluit van 16 januari 2006 tot verlening van de vrijstelling te schorsen tot de datum van verzending van de uitspraak in de bodemprocedure.
2.6 Gelet op het voorgaande is er aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,- (1 punt voor het verzoek en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, wegingsfactor 1, waarde per punt € 322,-) als kosten van verleende rechtsbijstand.
Beslissing
De voorzieningenrechter,
3.1 wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe;
3.2 schorst de beslissing op bezwaar van 18 december 2007 en het besluit van 16 januari 2006 tot verlening van de vrijstelling tot de datum van verzending van de uitspraak in de bodemprocedure;
3.3 bepaalt dat de gemeente Utrecht het door verzoekster betaalde griffierecht ten bedrage van € 285,- aan haar vergoedt;
3.4 veroordeelt verweerder in de proceskosten ten bedrage van € 644,- te betalen door de gemeente Utrecht.
Aldus vastgesteld door mr. H.J.H. van Meegen en in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2008.
De griffier: De voorzieningenrechter:
mr. S. Meurs mr. H.J.H. van Meegen
De griffier is verhinderd om deze
uitspraak mee te ondertekenen.
Afschrift verzonden op: