ECLI:NL:RBUTR:2008:BD1567
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verificatie vordering wegens niet-verifieerbaarheid en geen boedelschuld
In deze zaak vordert B. Van Hattem B.V. verificatie van een vordering in het faillissement van een natuurlijke persoon. De rechtbank onderzoekt of de vordering als boedelschuld kan worden aangemerkt op grond van het toedoen-criterium, dan wel dat de vordering verifieerbaar is.
De curator stelde dat de vordering van Van Hattem pas na het faillissement is ontstaan, omdat de slachtpremies pas na de faillissementsdatum definitief werden vastgesteld. Van Hattem betwistte dit en stelde dat het recht op premies al vóór het faillissement was ontstaan door aanmelding en goedkeuring van premiegerechtigde runderen.
De rechtbank oordeelt dat de vordering een voorwaardelijke verbintenis betreft waarvan de voorwaarde pas na faillissement is vervuld. Hierdoor is de vordering niet verifieerbaar. Tevens is geen sprake van een boedelschuld, omdat de curator niet heeft gehandeld met toedoen dat een boedelschuld deed ontstaan. De vordering wordt daarom afgewezen en Van Hattem wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De verificatievordering van Van Hattem wordt afgewezen omdat deze niet verifieerbaar is en geen boedelschuld vormt.