ECLI:NL:RBUTR:2008:BD1963
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Reichardt
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verdeling vergeten lijfrente en spaarloon na echtscheiding
Eiseres en haar overleden echtgenoot waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. Bij hun echtscheiding in 2005 werd een convenant opgesteld waarin de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap werd geregeld. Echter, bepaalde poliswaarden en een spaarloonrekening werden niet in het convenant opgenomen.
Eiseres vordert betaling van de helft van deze overgeslagen bestanddelen van de huwelijksgoederengemeenschap, stellende dat finale kwijting in het convenant niet ziet op deze vergeten posten. Gedaagden, de kinderen en erfgenamen van de overleden echtgenoot, voeren verweer dat het convenant een definitieve verdeling beoogde en dat de vordering in strijd is met redelijkheid en billijkheid.
De rechtbank oordeelt dat de vergeten poliswaarden en spaarloonbestanddelen inderdaad overgeslagen goederen zijn in de zin van artikel 3:179 lid 2 BW Pro, waardoor een nadere verdeling mogelijk is. Verweren van gedaagden worden verworpen, onder meer omdat de lijfrentepolis een gemengde polis betreft en de spaarloonstorting niet overtuigend is opgenomen in de poliswaarde. De vordering wordt toegewezen tot een bedrag van EUR 6.852,72, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 17 november 2006.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering tot verdeling van vergeten lijfrente- en spaarloonbestanddelen wordt toegewezen met betaling van EUR 6.852,72 plus rente.