ECLI:NL:RBUTR:2008:BD2339
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.K.J. van den Boom
- A. Wassing
- A.J.P. Schotman
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik minderjarige
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen en seksueel misbruik van een minderjarige vrouw tussen februari 2004 en augustus 2005. De tenlastelegging omvatte onder meer het binnendringen van de mond en vagina van het slachtoffer met penis, tong en vingers, alsmede het dwingen tot aanrakingen en andere seksuele handelingen.
Verdachte ontkende de beschuldigingen en voerde aan dat de gezondheidstoestand waarin hij verkeerde na een bypass-operatie en zijn ernstige potentieproblemen het onmogelijk maakten de tenlastegelegde handelingen te verrichten. Daarnaast werden tegenstrijdigheden in de verklaringen van het slachtoffer en het ontbreken van bewijs van bepaalde fysieke kenmerken van verdachte besproken.
De rechtbank concludeerde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de seksuele handelingen hadden plaatsgevonden zoals omschreven in de tenlastelegging. Er werd ook vastgesteld dat mogelijk sprake was van een bijzondere verhouding tussen verdachte en het slachtoffer, maar dit was onvoldoende om tot een veroordeling te komen.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding. Beide partijen moesten hun eigen proceskosten dragen. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seksueel misbruik.