ECLI:NL:RBUTR:2008:BD2867
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie dwangsommen wegens onrechtmatigheid beleidsregel omzettingsvergunningen
De zaak betreft een geschil tussen [X], een verhuurder van studentenwoningen, en de gemeente Utrecht over de rechtmatigheid van een beleidsregel die de belangenafweging bij het verlenen van omzettingsvergunningen van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte wijzigt.
[X] verhuurt panden zonder de vereiste omzettingsvergunningen en is geconfronteerd met dwangsommen van in totaal EUR 300.000,00. Zij betwist de rechtmatigheid van de beleidsregel die sinds 25 januari 2007 geldt en stelt dat deze in strijd is met de Huisvestingswet, de regionale huisvestingsverordening en beginselen van behoorlijk bestuur.
De bestuursrechter heeft eerder geoordeeld dat het besluit van 25 januari 2007 een beleidsregel betreft waartegen geen bezwaar of beroep openstaat. [X] heeft daarop een civiele bodemprocedure aangekondigd om de onrechtmatigheid van de beleidsregel te laten toetsen.
De rechtbank oordeelt dat de civiele rechter wel degelijk een taak heeft om de beleidsregel te toetsen, omdat de Raad van State deze niet exceptief heeft beoordeeld. De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat de beleidsregel in strijd is met de wet en daarom onrechtmatig is. Daarom wordt de gemeente Utrecht bevolen de executie van de dwangsommen op te schorten totdat de civiele rechter in de bodemprocedure heeft beslist.
De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank schorst de executie van dwangsommen tot de civiele rechter heeft geoordeeld over de onrechtmatigheid van de beleidsregel.