ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3509
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. Gerrits-Janssens
- W. Foppen
- D.J.A. Kuipers
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel
De rechtbank Utrecht behandelde op 28 mei 2008 een zaak waarin de veroordeelde werd veroordeeld voor het opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet en het voorbereiden van een strafbaar feit. De veroordeelde had bekend dat hij speed had verhandeld, waarbij hij eerst negen maanden voor een ander werkte en daarna drie maanden samen met een medeverdachte voor zichzelf.
Op basis van verklaringen van de veroordeelde en politieonderzoek stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast. De berekening hield rekening met de verkoopprijzen, hoeveelheden en de periode van handelen, waarbij het voordeel werd vastgesteld op €1.519. De rechtbank deelde het voordeel uit de laatste drie maanden door twee vanwege de samenwerking met een medeverdachte.
De rechtbank legde de veroordeelde de verplichting op om dit bedrag aan de Staat te betalen, conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Er werden geen kosten in mindering gebracht. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Het vonnis werd gewezen door drie rechters, waarbij één rechter niet kon ondertekenen.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht €1.519 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te betalen.