ECLI:NL:RBUTR:2008:BD3858
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- G.A.M.E. van der Burg-van Geest
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering intrekking voordracht judoka voor Olympische Spelen 2008
Judoka [X] vordert in kort geding de intrekking of terzijdestelling van het besluit van de Judobond Nederland om judoka [Y] aan NOC*NSF voor te dragen als deelnemer aan de Olympische Spelen 2008. [X] stelt dat hij onterecht niet als kandidaat is aangemerkt en dat de Judobond hem heeft misleid en niet transparant heeft gehandeld. Tevens voert hij aan dat er sprake is van willekeur en belangenverstrengeling binnen de Technische Staf.
De Judobond Nederland en [Y] voeren verweer en stellen dat het besluit is genomen conform het reglement en de memo van de Technische Staf, waarbij de voordracht unaniem is goedgekeurd. De Technische Staf heeft gehandeld op basis van resultaatgerichtheid en de inschatting van de kans op medaille, waarbij [Y] in het kwalificatietraject is opgenomen en [X] niet.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de Judobond en haar organen een ruime mate van autonomie hebben bij de selectie en dat het besluit slechts kan worden ingetrokken indien het evident en kennelijk onredelijk is. Dit is niet het geval. De vorderingen van [X] worden afgewezen, en hij wordt veroordeeld in de proceskosten van Judobond Nederland en [Y].
Uitkomst: De vordering van [X] tot intrekking van het besluit om [Y] voor te dragen voor de Olympische Spelen 2008 wordt afgewezen.