ECLI:NL:RBUTR:2008:BD4449
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning vaderschap en vaststelling omgangsregeling in belang minderjarige
De rechtbank Utrecht behandelde een familierechtelijke zaak waarin de man verzocht om vernietiging van zijn erkenning van het vaderschap van een minderjarige, geboren op 6 april 1999. De erkenning was op 8 februari 1999 gedaan, maar de man is niet de biologische vader. Er was sprake van een wilsgebrek bij de erkenning, waardoor het verzoek tijdig en ontvankelijk was.
De Raad voor de Kinderbescherming voerde een onderzoek uit en adviseerde om de erkenning te vernietigen, het gezag bij de moeder te laten en de omgangsregeling tussen de man en de minderjarige te formaliseren. Partijen en de bijzondere curator stemden in met dit advies en gaven aan spoedig statusvoorlichting aan de minderjarige te willen geven.
De rechtbank oordeelde dat het belang van de minderjarige centraal staat en dat de juridische vormgeving ondergeschikt is, mits de sociale relatie tussen de man en de minderjarige behouden blijft. De erkenning werd vernietigd, het gezamenlijk gezag verviel en de moeder kreeg het alleenouderschap. Het verzoek tot gezagswijziging werd afgewezen omdat de man geen belang meer had.
De omgangsregeling werd vastgesteld op iedere donderdagmiddag. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 21 mei 2008 door kinderrechter E.A.A. van Kalveen.
Uitkomst: De erkenning van het vaderschap is vernietigd, het gezag is aan de moeder toegekend en de omgangsregeling met de man is vastgesteld.