ECLI:NL:RBUTR:2008:BD5987
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepasselijk recht en regresvordering in vrijwaringsincident tussen werknemer en werkgeversvennootschappen
In deze civiele procedure bij de Rechtbank Utrecht staat een incident centraal waarin de toepasselijkheid van Nederlands of Duits recht op een regresvordering wordt beoordeeld. De werknemer, [verweerders], vordert regres van de werkgeversvennootschappen Consulting GmbH en Pacific Continental Securities Germany GmbH, beide gevestigd in Duitsland. De kernvraag betreft de rechtsverhouding en het toepasselijke recht op de regresvordering die voortvloeit uit een arbeidsovereenkomst.
De rechtbank stelt vast dat de arbeidsovereenkomst, waarin [verweerders] als broker in Düsseldorf is aangesteld, onder het Duitse recht valt op grond van het EVO-verdrag. Dit betekent dat ook de regresvordering en de daarop gebaseerde aansprakelijkheidsverhoudingen aan Duits recht moeten worden getoetst. De rechtbank onderzoekt vervolgens of op grond van het Duitse Burgerlijk Wetboek (BGB) een regresrecht bestaat jegens de werkgevers op basis van medeschuldenaarschap of onrechtmatige daad.
De rechtbank concludeert dat de regresvordering op basis van medeschuldenaarschap niet toewijsbaar is, omdat volgens § 840 II BGB in de verhouding tussen opdrachtgever en ondergeschikte alleen de ondergeschikte aansprakelijk is. Voor de grondslag van onrechtmatige daad acht de rechtbank het mogelijk dat een verplichting tot vrijwaring bestaat, maar besluit om nader onderzoek naar Duits recht achterwege te laten wegens proceseconomische redenen. De oproeping in vrijwaring wordt daarom toegestaan voor zover de vordering gebaseerd is op onrechtmatige daad. De proceskosten worden aan [verweerders] opgelegd.
Uitkomst: De regresvordering wordt afgewezen voor medeschuldenaarschap, maar oproeping in vrijwaring wordt toegestaan voor onrechtmatige daad.