ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6014
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens onrechtmatige daad advocaat jegens derde
Eiser vordert schadevergoeding van verweerder, advocaat van zijn ex-echtgenote, wegens onrechtmatig handelen in een procedure over handtekeningen onder een convenant. De rechtbank onderzoekt of verweerder onzorgvuldig handelde door schrijfproeven als authentiek te presenteren en instructies van de deskundige niet na te komen.
De rechtbank oordeelt dat de verjaring door stuiting is onderbroken door brieven uit 2000 en 2004, waardoor de vordering ontvankelijk is. Verweerder kan zich adequaat verweren ondanks zijn beroepsgeheim en het beroep op niet-ontvankelijkheid wordt verworpen.
De rechtbank stelt vast dat de handtekeningen waarschijnlijk niet van belanghebbende zijn en dat verweerder niet bewust onrechtmatig heeft gehandeld. Er is geen bewijs dat hij bewust onjuiste mededelingen deed of valsheid in geschrift pleegde. Ook is geen causaal verband aangetoond tussen vermeende onjuiste mededelingen en de door eiser gestelde schade.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten van verweerder. Het vonnis is gewezen door rechter Killian en op 2 juli 2008 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van eiser tegen verweerder wegens onrechtmatige daad wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.