ECLI:NL:RBUTR:2008:BD6957
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mensenhandel en deelname aan criminele organisatie met geweld en intimidatie
Deze strafzaak betreft zes verdachten, waaronder de jongste van twee broers, die schuldig zijn bevonden aan vrouwenhandel en deelname aan een criminele organisatie. De feiten betreffen perioden van 2000 tot 2007 in diverse Nederlandse gemeenten en daarbuiten, waarbij vrouwen door geweld, dwang, misleiding en misbruik van afhankelijkheid werden gedwongen tot prostitutie. De organisatie kenmerkte zich door grof geweld, intimidatie en het systematisch uitbuiten van kwetsbare vrouwen.
De rechtbank oordeelde dat vijf van de zes verdachten tevens leiding gaven aan de criminele organisatie. Bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van slachtoffers en getuigen, tapgesprekken, en andere dossierstukken. De rechtbank verwierp verweren over bewijsuitsluiting en privacy, en wees vrijspraak toe waar de tenlastelegging onvoldoende concreet was om dwangmiddelen aan te tonen.
De strafmaat werd bepaald op basis van vergelijkbare uitspraken elders, met straffen variërend van acht maanden tot zeven jaar en zes maanden gevangenisstraf. Strafverzwarende omstandigheden waren verkrachting en dwang tot borstvergroting of abortus. Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan slachtoffers, deels als voorschot, met bedragen tot € 50.000. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten en het grove misbruik van de slachtoffers.
Uitkomst: Verdachte en medeverdachten veroordeeld tot gevangenisstraffen variërend van acht maanden tot zeven jaar en zes maanden voor mensenhandel, mishandeling en deelname aan een criminele organisatie.