ECLI:NL:RBUTR:2008:BD7967
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Regresvordering verzekeraars na paardentrip ongeval en verjaringstermijn
Op 26 oktober 1990 liep [slachtoffer] letsel op door een trap van een paard dat mede-eigendom was van [gedaagde sub 2] en [tweede eigenaar]. [Slachtoffer] stelde [tweede eigenaar] aansprakelijk en verkreeg in 2001 een vonnis dat hem aansprakelijk stelde voor de schade. Achmea, als verzekeraar van [tweede eigenaar], trad in diens rechten en stelde Fortis ASR en [gedaagde sub 2], mede-eigenaar en diens verzekeraar, aansprakelijk voor de helft van de schade.
Fortis ASR en [gedaagde sub 2] voerden verjaring en rechtsverwerking aan, stellende dat Achmea te laat had gehandeld en onvoldoende verweer had gevoerd in de procedure tegen [slachtoffer]. De rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar pas begon te lopen na betaling door Achmea aan [slachtoffer], welke betaling pas na het vonnis van 15 juni 2001 plaatsvond. De vordering was daardoor niet verjaard.
De rechtbank verwierp het beroep op rechtsverwerking omdat enkel tijdsverloop en stilzitten onvoldoende zijn en er geen nadere omstandigheden waren gesteld. Ook het verweer dat Achmea onvoldoende verweer had gevoerd werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. De rechtbank stelde vast dat Fortis ASR en [gedaagde sub 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn en veroordeelde hen tot vergoeding van de helft van de betaalde schade, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De regresvordering van Achmea tegen Fortis ASR en mede-eigenaresse is niet verjaard en wordt toegewezen tot vergoeding van de helft van de schade met wettelijke rente en proceskosten.