ECLI:NL:RBUTR:2008:BD7981
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake concurrentiebeding en onrechtmatige daad in thuiszorgbemiddeling
De zaak betreft een geschil tussen [eiser sub 1] en Stichting Bordercross Foundation enerzijds en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] anderzijds over de naleving van een concurrentiebeding en vermeende onrechtmatige concurrentie in de thuiszorgsector.
De oorspronkelijke bemiddelingsovereenkomst tussen Bordercross als steunpunt van PrivaZorg en de gedaagden werd beëindigd toen Bordercross haar activiteiten staakte en [eiser sub 1] werd opgericht, die een samenwerking aanging met Vitras. Gedaagden weigerden een nieuwe overeenkomst met [eiser sub 1] te sluiten en werkten via PrivaZorg. Eiseressen stelden dat dit in strijd was met het concurrentiebeding en dat gedaagden onrechtmatig handelden door cliënten en zorgverleners te benaderen.
De rechtbank oordeelde dat het concurrentiebeding niet van toepassing was op de nieuwe situatie, omdat Bordercross niet langer actief was en de samenwerking met PrivaZorg was beëindigd. Tevens kon [eiser sub 1] geen rechten ontlenen aan de oude overeenkomsten. De stellingen over onrechtmatige daad werden verworpen, omdat gedaagden geen onjuiste informatie hadden verstrekt en hun handelen binnen de grenzen van maatschappelijk betamelijk viel.
Daarom werden de vorderingen van eiseressen in conventie en reconventie afgewezen en werden beide partijen veroordeeld in hun proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseressen af en veroordeelt beide partijen in hun proceskosten.